Erkend bemiddelaar (FBC nr. 4672) · Praktijk in Genk · 0479 49 91 42 · Telefonisch bereikbaar ma–vr vanaf 17 u · weekend vanaf 9 u
Home › Kindercoaching › Pesten
Kindercoaching — voor kinderen, tieners en hun ouders
Als je kind gepest wordt

Pesten is herhaald, gericht en gewild kwetsend gedrag tegenover iemand die zich moeilijk kan verdedigen. Het onderscheidt zich van een ruzie door drie dingen: het herhaalt zich, het is niet wederzijds, en er is een verschil in macht.
Herken je dit?
Je kind wil plots niet meer naar school. De boekentas raakt kwijt, spullen zijn kapot, er is “gevallen op de speelplaats”. Het wordt nooit meer uitgenodigd op een feestje. En als je vraagt of er iets is, krijg je: “Nee, niets.”
Dat laatste is het pijnlijkste voor ouders. Kinderen vertellen vaak níét dat ze gepest worden — uit schaamte, uit angst dat het erger wordt als jij je ermee bemoeit, of omdat ze zijn gaan geloven dat het aan henzelf ligt.
Signalen die op pesten kunnen wijzen
- Onverklaarde buikpijn of hoofdpijn, vooral op schoolochtenden.
- Slechter slapen, nachtmerries, weer bedplassen.
- Spullen die kwijt of stuk zijn, blauwe plekken zonder duidelijke uitleg.
- Een plotse ommekeer in resultaten of concentratie.
- Nooit meer over vriendjes praten; niet meer uitgenodigd worden.
- Een omweg naar school willen nemen, of niet meer alleen willen gaan.
- Zichzelf kleineren: “ik ben stom”, “niemand vindt mij leuk”.
- Prikkelbaar of agressief thuis, terwijl het op school “goed” gaat.
De vormen die het aanneemt
Fysiek — duwen, slaan, spullen afpakken of vernielen. Verbaal — uitschelden, belachelijk maken, bijnamen die blijven plakken. Relationeel — uitsluiten, roddelen, iemand systematisch niet mee laten doen. Dit is de minst zichtbare vorm en vaak de meest kwetsende. Digitaal — berichten, groepen waaruit iemand wordt gezet, foto’s die rondgaan. Cyberpesten stopt niet aan de schoolpoort en heeft geen sluitingsuur; dat maakt het uitputtend.

Stap voor stap vooruit
Wat pesten met een kind doet
Pesten raakt niet alleen het humeur. Het raakt aan het beeld dat een kind van zichzelf heeft. Kinderen die lang gepest worden, gaan de boodschap geloven: dat ze raar zijn, vervelend, te veel of niet de moeite waard.
Daardoor blijven de gevolgen vaak bestaan nadat het pesten al gestopt is. Een kind dat op een nieuwe school terechtkomt, kan zich daar nog jaren gedragen als iemand die uitgesloten wordt — door zich klein te maken, geen contact te zoeken, of zich juist zó aan te passen dat het zichzelf kwijtraakt.
Daarom is het stoppen van het pesten maar de helft van het werk. De andere helft is het herstel.
Hoe kindercoaching helpt
Belangrijk vooraf: het is niet aan het kind om het pesten op te lossen. Dat is de verantwoordelijkheid van de school en van de volwassenen. Coaching richt zich op wat het kind wél in handen heeft.
Het verhaal mogen vertellen
Veel gepeste kinderen hebben nog nooit in alle rust hun verhaal kunnen doen zonder dat iemand meteen in actie schoot of het minimaliseerde. Dat is de eerste stap: gehoord worden, en horen dat het niet aan jou ligt.
De schuld terugleggen waar hij hoort
We onderzoeken samen de gedachte “het ligt aan mij”. Bijna elk gepest kind heeft een lijstje van eigenschappen waarvan het denkt dat die het pesten veroorzaken: te stil, te dik, te slim, te anders. Dat lijstje halen we uit elkaar. Pesten zegt iets over degene die pest, niet over degene die gepest wordt.
Weerbaarheid opbouwen
Weerbaarheid is niet terugvechten. Het is: overeind blijven. We oefenen houding, stem en blik; wat je zegt en vooral wat je níét laat zien; wanneer je weggaat en wanneer je hulp haalt. Voor pesters is een reactie een beloning — leren die niet te geven, is een vaardigheid die je kunt trainen.
Zie ook weerbaarheid.
Het netwerk in kaart brengen
We zoeken naar wie er wél te vertrouwen is: één klasgenoot, een leerkracht, iemand op de sportclub. Eén bondgenoot verandert de situatie van een kind ingrijpender dan tien adviezen.
Herstel van het zelfbeeld
Ten slotte werken we aan wat er beschadigd is: het vertrouwen dat je erbij hoort en dat je de moeite waard bent. Dat is doorgaans het langste deel van het traject, en het belangrijkste.
Wat je als ouder kunt doen
Blijf rustig, ook al kook je vanbinnen.Een kind dat ziet dat jij in paniek raakt, gaat je beschermen door minder te vertellen.
Geloof je kind.Reageer nooit met “zou je het niet uitlokken?” of “je moet er niet zoveel van aantrekken”.
Schrijf op wat er gebeurt.Datum, wat er precies gebeurde, wie erbij was. Bij een gesprek met de school maakt dat het verschil tussen een gevoel en een dossier.
Ga naar de school, en vraag naar het pestbeleid.Elke school in Vlaanderen hoort daarover te beschikken. Vraag naar concrete stappen en een afgesproken opvolgmoment.
Neem geen contact op met de pestende leerling of diens ouders op eigen houtje.Dat loopt bijna altijd averechts. Laat het via de school lopen.
Zorg voor een plek waar je kind wél slaagt.Een club, een hobby, een groep buiten school waar het gewaardeerd wordt.
Bij cyberpesten: bewaar bewijs, blokkeer, en meld.Neem screenshots vóór je iets verwijdert.

Praktijk Laurence Weltjens — Genk
Wanneer meer nodig is dan coaching
Wanneer je kind niet meer naar school durft, wanneer er sprake is van angst- of depressieklachten, of wanneer je kind zegt dat het er niet meer wil zijn: neem dan meteen contact op met de huisarts, het CLB of een psycholoog. Coaching kan daarnaast lopen, maar is dan niet de eerste stap.
Loopt het conflict tussen gezinnen of tussen ouders onderling hoog op, dan kan bemiddeling een uitweg zijn wanneer alle betrokkenen daartoe bereid zijn.
Wat de school hoort te doen
Pesten is wettelijk noch praktisch een privézaak tussen kinderen. Elke school in Vlaanderen hoort te beschikken over een beleid rond welbevinden en pesten, en hoort te handelen wanneer er gemeld wordt.
Wat je van een school mag verwachten:
- dat je melding ernstig genomen en genoteerd wordt;
- dat er concrete stappen worden afgesproken, met namen en termijnen;
- dat er een afgesproken moment komt om te evalueren of het gestopt is;
- dat er niet klassikaal over gepraat wordt op een manier die je kind blootstelt;
- dat er ook met de pestende leerling gewerkt wordt, niet alleen gestraft.
Wat je niet hoeft te aanvaarden: “kinderen onder elkaar”, “hij moet wat weerbaarder worden”, of een gesprek waarin jouw kind en de pester samen aan tafel moeten om “het uit te praten”. Dat laatste is bij een echte machtsongelijkheid een slecht idee — het legt de last opnieuw bij het kind dat al onder druk staat.
Bereid het gesprek voor. Ga met je genoteerde overzicht, blijf feitelijk, en vraag naar concrete maatregelen in plaats van naar goede bedoelingen. Loopt het vast, dan kun je terecht bij het CLB en, als het echt blijft aanslepen, bij de directie en het schoolbestuur.
Ook de pester heeft een verhaal
Dat klinkt oncomfortabel, en het verandert niets aan de verantwoordelijkheid. Maar het is relevant voor wie het wil zien stoppen.
Kinderen die pesten doen dat zelden uit pure boosaardigheid. Vaak zit er onmacht onder, of onzekerheid die met macht wordt gecompenseerd, of iets wat thuis speelt en dat elders naar buiten komt. Sommige kinderen pesten zonder het zo te noemen: ze zien het als grappen maken en schatten de impact volledig verkeerd in.
Wie enkel straft, haalt het gedrag weg zonder de oorzaak. Dat verklaart waarom pesten vaak verschuift naar een ander slachtoffer in plaats van te stoppen.
Ouders van een kind dat pest, kunnen hier evengoed terecht. Die stap zetten vraagt moed, en het is een van de meest waardevolle dingen die een ouder kan doen.
Cyberpesten: wat anders is
Digitaal pesten heeft drie eigenschappen die het zwaarder maken: het houdt niet op aan de schoolpoort, het publiek is groot en onzichtbaar, en het laat sporen na die blijven bestaan.
Praktisch:
- bewaar bewijs met schermafbeeldingen vóór je iets verwijdert of blokkeert;
- reageer niet op de berichten zelf — een reactie is voor de pester het doel;
- blokkeer en meld binnen het platform;
- schakel de school in wanneer het om klasgenoten gaat, ook als het buiten schooltijd gebeurt;
- overweeg aangifte bij ernstige feiten zoals bedreigingen of het verspreiden van beelden.
Wat je best niét doet, is de gsm afnemen als eerste reactie. Voor een kind voelt dat als een straf voor iets wat het overkomt — en het is meteen de reden waarom veel kinderen cyberpesten verzwijgen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen plagen en pesten?
Plagen is wederzijds, wisselt van richting en stopt wanneer iemand aangeeft dat het niet leuk meer is. Pesten herhaalt zich, gaat altijd dezelfde richting uit en stopt niet op vraag.
Mijn kind wil absoluut niet dat ik naar school stap. Wat doe ik?
Neem die angst ernstig — ze is meestal terecht: slecht aangepakt pesten kan erger worden. Bespreek vooraf mét je kind wat je gaat zeggen en aan wie, en spreek met de school af dat er niet klassikaal over gepraat wordt.
Helpt een weerbaarheidstraining tegen pesten?
Het helpt je kind om steviger te staan en minder een doelwit te zijn, maar het lost het pesten niet op. Dat blijft de verantwoordelijkheid van de school.
Mijn kind pest zelf. Kan ik hier ook terecht?
Ja. Achter pestgedrag zit vaak onmacht, jaloezie, iets wat thuis of elders speelt, of het niet kunnen inschatten van de gevolgen. Dat is even goed een coachingvraag — en meestal een dankbare.
Hoelang duurt herstel na pesten?
Het stoppen kan snel gaan; het herstel van het zelfbeeld duurt doorgaans langer, zeker wanneer het pesten maanden of jaren duurde.
Samen aan de slag? Je bent welkom.
Zin in een eerste kennismakingsgesprek? Bel 0479 49 91 42, mail naar bemiddeling@weltjenslaurence.be of plan meteen een afspraak.